Blogpost van Vruchtbare Aarde - voeding voor de ziel

Vruchtbare

              Aarde

Website

Facebook

Nieuwsbrief

Nieuwste nummer

Inspirerende films














Editie 3-2012
Small hr
Editie 1-2012








Inspirerende films

Nieuwste editie

Vruchtbare Aarde 2-2013

Editie 2-2013 over de megasprong van onze tijd:

Maarten Zweers

We leven in een wonderlijke tijd. Een cultuurovergang naar een nieuwe tijd die ons uitnodigt revolutionair, groot, heel groot, idealistisch, zelfs utopisch te denken. info»

Japanse onderwijzer

De schijnwerpers op de Japanse leerkracht Toshiro Kanamori en de ongelooflijke bezieling die hij als onderwijzer uitstraalt. info»

Wandelen met ezel

Marinus van Nistelrooij over zijn tochten met een ezel. Reizen om thuis te komen. info»

Spirituele vlinders

Josephine Hamming over de spirituele en biologische raadsels in een vlinderleven. Info»




Bestel los
Small hr
Neem editie 2-2013 op binnen een abonnement met 2 welkomst edities







Inspirerende films
Zondag 14 juli 2013

Covers Vruchtbare Aarde

Als de nieuwe "Vruchtbare Aarde" verschijnt, heeft het tijdschrift al een cover. Een definitieve cover. Soms ben je als redactie gelukkig met een cover; soms krijg je achteraf spijt. Maar voor het nieuwe tijdschrift naar de drukker gaat zijn er flink wat proefontwerpen gemaakt. Soms met zeer voorlopige tekstkoppen, zelfs met spelfouten erin. Maar wanneer is een cover goed, wanneer "heeft een cover het"? Hierbij drie van de proefontwerpen voor het a.s. zomernummer. Wie heeft er een reactie?

https://www.facebook.com/VruchtbareAarde

Coveroptie 1
Coveroptie 1
Coveroptie 1



Vrijdag 5 juli 2013

Hoog-Valeryaans

Fascinerend dat een acteur het woord “Athastokhdevishizar” kan onthouden, zijnde het Dothraki-woord voor “onzin”. We hebben het hier over een door de Californiër David Peterson ontworpen nieuwe taal voor de populaire tv-serie Game of Thrones. Aan het eind van het derde seizoen spreekt de koningin het door haar bevrijde slavenvolk toe met de woorden: “Het is niet aan mij u uw vrijheid terug te geven. Uw vrijheid behoort toe aan u en u alleen. Als u haar terugwilt, moet u haar zelf nemen. Ieder van u.”

Die intrigerende woorden zegt ze niet in het Nederlands of het Engels, maar in het Hoog-Valeryaans, en dat klinkt aldus: “Dãerves jevys tepagon yne sytilibos daor. Jemele meri sytilabas…

Wat me dan fascineert, als simpele Nederlander die al blij is bij een Franse bakker een stokbrood te kunnen kopen, is dat deze Peterson een giga rij talen beheerst, van Frans en Latijn tot Arabisch, Russisch, Esperanto en Midden-Egyptische hiërogliefen, en het dan presteert dertien nieuwe talen te bedenken, waaronder een taal waarin alleen klanken voorkomen die hij echt mooi vindt.

Nog een intrigerende uitspraak van deze taalliefhebber: “Om een nieuwe taal authentiek te maken, heeft een taal historische diepte nodig.” En: “Soms belandt er in de eindmontage van Game of Thrones een scene waarin een acteur een woord uit het Hoog-Valeryaans fout (!) uitspreekt. Maar zelfs... als ze het goed uitspreken, denk ik nog: dat is niet hoe het in mijn hoofd klinkt...”

Interview met David Peterson in de VPRO-gids, nr 27 (6-12 juli)
Game of Thrones op Wikipedia


Woensdag 3 juli 2013

Stofzuigerzakken

Wat zou het leven zijn zonder humor? Neem het volgende voorbeeld. Ineens ben ik de gelukkige bezitter van een Philips stofzuiger. Reuze handig voor kantoor. Maar welke stofzuigerzak hoort er bij deze stofzuiger? Bedrijven hebben voor dit soort vragen een chat-optie op hun website:

Welkom bij Philips Chat. Bedankt voor uw vraag, u chat met Philipa.
Philipa: Goedemiddag!
Philipa: Ik heb uw vraag doorgenomen, heeft u een modelnummer voor mij?
Bart: Zou het u graag geven, maar op de hele stofzuiger staat geen nummer
Philipa: Dan ga ik voor u zoeken 
De chat is doorgegeven aan Denise
Philipa Chat is gesloten door de Philips medewerker
Denise: Goedemiddag
Bart: Goedemiddag
Denise: U bent op zoek naar een stofzuiger zak begrijp ik
Bart: Klopt
Denise: Oke, ik ga het even voor u opzoeken
Denise: Heeft u voor mij het modelnummer van uw stofzuiger
Bart: Dat vroeg Philipa net ook al, maar op de hele stofzuiger staat geen nummer...

En daarna ging de chat nog een heeeeele (!) tijd door, tot er uiteindelijk, jawel, het advies uitrolde om voor deze stofzuiger een "dubbelwandige papierenstofzak" aan te schaffen.


Dinsdag 2 juli 2013

Robert Adams

Toevallig, bij het opstaan grijp ik naar een naast het bed liggend tijdschrift en sla het open bij Robert Adams (1928-1997). Hij leefde als een doorsnee burger in een buitenwijk van een Amerikaanse stad. Een bescheiden man, met een groot gevoel voor humor en een diepe compassie voor al wat leeft. Als hij op straat een dakloze tegenkwam die geen schoenen aan had, trok hij zijn Nikes uit, gaf ze weg en liep op zijn sokken verder. Een fors deel van zijn tijd bracht hij door met onbetaalde telefonische hulpverlening.

Lieke Frese (1946) die het artikel over Adams schreef voor het blad Inzicht, meldt dat zij Adams twee maanden voor zijn dood voor het eerst zag. Hij kon niet meer spreken. “Ondersteund door twee begeleiders werd hij naar zijn stoel geholpen. Een fragiel lichaam, simpel gekleed in een joggingbroek en T-shirt. Maar wat een onwaarschijnlijke kracht toen hij langzaam de kamer rondkeek.”

‘Zitten in de Stilte, dat doet wonderen,’ zo zegt Adams het zelf in zijn boek Silence of the Heart. ‘Dan beginnen er dingen te gebeuren, prachtige dingen. Er komt vrede naar je toe. Geluk komt helemaal vanzelf naar je toe. Vreugde komt naar je toe. Als je zit in de Stilte, besef je wie je bent.’

Robert Adams - Stilte van het hart - Dialogen met Robert Adams  -  Samsara Uitgeverij bv, Amsterdam - deel I: 2008 - ISBN 978-90-77228-70-8 deel II: 2009 - ISBN 978-90-77228-58-6. Website uitgeverij Samsara.
Tijdschrift Inzicht, editie 38, 2008
Robert Adams Facebook pagina


Maandag 1 juli 2013

Organisch luchtvaartdenken

Fascinerend interview met een architect uit de vliegtuigwereld. “Als jongetje wilde ik piloot worden.” Alleen al fascinerend, dit interview, omdat de rationele en dichtgetimmerde beslissingsroute naar een nieuw vliegveld helemaal niet zo rationeel en dichtgetimmerd blijkt te zijn. “Niet te geloven eigenlijk dat het zo ging,” zegt architect Jan Benthem tegen Rinskje Koelewijn op de 17e verdieping van een door hemzelf ontworpen hotel langs de A2.

Hij schudt zijn hoofd. Het was 1988. “Er was een deadline, maar geen plan.” Uit heel Nederland ronselde Schiphol ingenieurs achter hun computerscherm vandaan. Er moest een nieuwe en vooral ook grotere luchthaven komen. En toen vroeg de Schiphol-directie Jan Benthem. De architect die tien jaar eerder met een ‘verbouwinkje’ voor vrienden en bekenden een eigen bureau was begonnen.

Of Jan Benthem langs wilde komen. “Vijftien man achter een grote vergadertafel.” De president-directeur vertelde over het team van veertig ingenieurs dat klaarstond om de klus te klaren. Er ontbrak voor hun gevoel nog één persoon: een architect. Benthem riep: “Ik weet niks van luchthavens.” Waarop de president-directeur zou hebben gezegd: “Wij wel.” Benthem: “Niet te geloven dat het zo ging.”

En dan deze prachtige, intrigerende slotbeschouwing van Benthem: “Ik had geen visie op de toekomst van de luchtvaart. Nee. Dat heeft ook niet zo gek veel zin. Zodra de visie af is, dient zich al een andere toekomst aan. Wij focusten op de reiziger. Hoe voelt die reiziger zich? Hij is zenuwachtig, gespannen, bang. Wat heeft hij nodig? gemak, comfort, geruststelling.”

Opvallend is de organische manier van denken. Je zou verwachten dat het basisontwerp voor een luchthaven heel veel minder intuïtief is dan voor een boeren bedrijf. Maar het omgekeerde lijkt het geval. Zou je een parallel trekken met de agrarische wereld, dan komt eerder de biologische landbouw in beeld. Alsof Jan Benthem in een notendop de basisfilosofie formuleert van een gezonde, duurzame landbouw. Dat is nog het fascinerendste aan dit interview uit de luchtvaartwereld. De vanzelfsprekendheid van een denken in samenhangen, een denken in gehelen, een denken vanuit het veld.

Bron: NRC Lux. Lunchen met Jan Benthem: ‘Ik houd iets in leven’, NRC 29-06-2013

Zondag 30 juni 2013

Jethro Tull - Madison Square Garden 1978



Mooiste Tull-concert? Moeilijk te zeggen. Maar deze Thick as a brick uit 1978 sprankelt in ieder geval van het scherm af. Opvallend kenmerk van Jethro Tull: de akoestische instrumenten van voorman Ian Anderson - dwarsfluit en akoestische gitaar: "Mijn rol in het leven was altijd om een akoestische muzikant te zijn, maar de afgelopen decennia heb ik nogal lawaaiige vrienden!" Na 2500 concerten in 40 jaar tourt Anderson overigens nog altijd rond.

Link naar Thick as a brick op de website van Jethro Tull

Link naar Thick as a brick op Wikipedia


Zaterdag 29 juni 2013

De Brabantse minstreel

Een uitnodiging voor een trouwerij in het Brabantse Oisterwijk. Daar was het mee begonnen. Twee mensen die elkaar dertig jaar kenden en ook al dertig jaar samenwonen en nu besloten te trouwen. Een mooie, wel bewuste keuze. Gevierd met een groot feest.

Verzoek aan alle genodigden: neem dansmuziek mee. Tijdens mijn eigen muzikale zoektocht stootte ik ineens weer op de muziek van Jetthro Tull. De fluitspelende minstreel in de Schotse ruitjesjas die in de jaren zeventig van het podium afsprankelde, maar nog immer blijkt op te treden, ook met Aqualong en Thick as a brick. Geen dansmuziek. Maar de hernieuwde kennismaking smaakte naar meer.

In het weekend van de trouwerij klonken al enkele flarden Ierse muziek, en ook kwam het onderwerp in een aantal gesprekjes voorbij.

En toen was het feest voorbij. Na het afscheid op zondag stak ik de weg over en liep het Brabantse natuurgebied in. Er moest een betere weg langs de vennetjes zijn, bedacht ik me, dan ik op de heenweg, met hulp van de kaart, had weten te vinden.

Ik was pas enkele minuten op weg toen ik voor me fluitspel hoorde. Opvallend fijn en zangerig. Wat een schoonheid! Wat een vreemde ontdekking ook in deze voorjaarskou, in dit vennetjesbos? Zulke mooie muziek? Zomaar tussen de verlaten bomen. Fluitspelende ballades met renaissance-invloeden die met kleine tussenpozen bleven klinken tot ik op een bankje aan de rand van een venwatertje een minstreel zag zitten... Ik liep op hem af en we raakten in gesprek, en hij speelde de ene na de andere ballade voor me.

We praatten over Ierse muziekkroegjes en Ierse sessies in Brabantse cafés, zoals die tussen Schijndel en Venray. En warempel, Jethro Tull bleek zijn eerste inspiratiebron te zijn geweest. Ik waarschuwde hem dat als hij ooit in Ierland terecht mocht komen hij mogelijk niet meer terug zou keren, aangestoken door de Ierse muziekcultuur. Ik vertelde hem van mijn eigen geluk, in het jaar 2000. Een onvervangbare muziekavond in een Iers café.

Hij trok een thermosfles tevoorschijn, bood me koffie aan. Het werd tijd mijn weg te vervolgen en ik volgde opnieuw de bordjes die me verder en verder van het station van Oisterwijk leken te voeren, maar net als in een labyrint keurig kronkelend naar het beoogde centrum bleken te wijzen. 

En net toen ik het plaatsje Oisterwijk zag opdoemen, klonk opnieuw fluitspel. Dit keer achter me! Ik dacht aan de fluitspeler van zo-even. Maar die was me op enig moment voorbij gelopen. En ook klonk dit fluitspel anders dan zo-even.

Ik draaide me om en zag een mij onbekende man naderen die fluitend langs me liep. Een fluitspeler zonder fluit. Nooit eerder iemand zo helder en krachtig horen fluiten – zonder instrument, met niets meer dan zijn eigen mond. Als vanzelfsprekend volgde ik hem, niet meer lettend op bordjes of route. Achter hem aan liep ik Oisterwijk in, terwijl hij fluitend dan weer linksaf en dan weer rechtsaf straten inliep, op weg naar een bestemming die wat mij betreft heel ver weg had mogen liggen. Een tweede minstrelende vogel in mensengedaante... Wat een wonderlijke Brabantse zondagmiddag.


Dinsdag 25 juni 2013

Albert Casals

Leuk, zo'n onbegrijpelijke Facebook-pagina. Tenminste voor mensen die alleen tot vijf in het Spaans kunnen tellen. Maar wie eind 2012 aanwezig was bij de Nederlandse première van de over Albert Casals gemaakte film Little World - Mon Petit, weet dat taal niet nodig is om ergens enthousiast over te kunnen worden.

Deze sinds zijn jeugd aan een rolstoel gekluisterde Spaanse levenskunstenaar haalt de ene na de andere aanname onderuit over hoe wij denken dat het leven in elkaar steekt. Levend vanuit een rolstoel leeft hij ons voor hoe ware vrijheid kan voelen.

Praktisch zonder geld zien we hem naar de andere kant van de wereld reizen. De levensvreugde spat van het doek. Na het zien van de over hem gemaakte docu werd ik midden in de nacht wakker. Ik nam me voor alles op alles te zetten om hem nog voor zijn terugkeer naar Barcelona te interviewen. Het resultaat publiceerden we in VA editie 1-2013.


Dinsdag 25 juni 2013

Izaline Calister  

Zangeres, componist en songwriter Izaline Calister staat deze zomer in theaterfestival ‘de Parade’ (Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Amsterdam). Productie: ‘Geen Liefde Zonder Vrijheid’. Het dramatische liefdesverhaal van twee slaven, 150 jaar terug in de tijd in Curaçao. In een interview, afgenomen door Jannetje Koelewijn (laten we zeggen: beste interviewer van Nederland), vertelt Callister over haar evaringen op het conservatorium. “Ik geef nu zelf les op het conservatorium en soms zie ik mezelf weer lopen daar, als eerstejaars. Hoe je je dan kunt voelen...” Prachtig, die wisseling van perspectief.

En: “Ik ben blij dat ik als zwarte vrouw op Curacao geboren ben in deze tijd: de beste kans om het goed te hebben. Ik denk: als ik anderhalve eeuw geleden geleefd had, dan was ik huisslavin geweest.” Weer zo’n indrukwekkende perspectiefwisseling.

En dan als uitsmijter: “Liedjes maken, dat gaat om vrij zijn - beter kan ik het niet uitleggen. Mijn fiets geeft me ook een ultiem gevoel van vrijheid. Ik weet nog dat ik net in Nederland was - voor het eerst had ik ee fiets bij de voordeur staan. Ik kon kon er zo op springen. Ik kon altijd weg.” Wow!


Maandag 24 juni 2013

Meten is weten  

Het credo in het advies van de Onderwijsraad luidt: meten is weten. Biologieleraar Frans Olofsen verwees op zijn prachtige blog eens naar een toepasselijk boek. In dat boek beschrijft een leerkracht uit het basisonderwijs zijn ervaringen met het zogeheten ‘klassenregister’. Een systeem waarin de leraar nauwgezet dient aan te geven wat de vorderingen van zijn leerlingen zijn. De Inspectie van Onderwijs komt dat steekproefsgewijs controleren.

Maar deze leraar vulde niet alles even conscientieus in. In zijn gretigheid noteerde hij ook de resultaten van fictieve lessen en dateerde die tot overmaat van ramp in de kerstvakantie. Gelukkig liep het goed voor hem af, want toen de inspecteur het Register kwam controleren, keek deze over de antidateringen heen. De docent kreeg zelfs een compliment: ‘Buitengewoon consciëntieus bijgehouden.’ Geluk bij een ongeluk.

De naam van de leraar is … Theo Thijssen.
Hij beschrijft de hilarische scene in zijn dagboek, gepubliceerd onder de titel ‘De gelukkige klas’. De eerste druk van het boek, waar de geur van het klaslokaal bijna letterlijk in is te ruiken, verscheen in … 1926 … bijna een eeuw geleden.

Thijssen eindigt zijn boek, sprekend tegen zijn klas, met de volgende zinnen: "M’n heerlijke, lieve, lastige stel, ik weet eigenlijk maar één ding: de jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens hoor, al zal ik dat júllie nooit zeggen."

Bron: Salicornia

Zaterdag 22 juni 2013

Oorlogszuchtig denken  

Yoko Ono keek eens in een interview terug op haar Bed-in-for-Peace actie met John Lennon in het Hilton. De zeven dagen in bed tijdens hun huwelijksreis in 1969. “Misschien waren we naïef,” zei ze in een interview. “We leven nog steeds in een zeer gewelddadige tijd. Maar ik weet zeker dat 99% van de mensheid er nu van overtuigd is dat oorlog nooit een oplossing is. Alleen is die ene procent die er anders over denkt erg machtig.”

Een uitspraak die vreemd genoeg ook een zekere geldigheid lijkt te hebben in de wereld van landbouw en voeding. José Lutzenberger – de in een vorige post al aangestipte oud-Milieu-minister van Brazilië – zei meermaals dat alle grote problemen in de Braziliaanse landbouw op te lossen zouden zijn met een fractie van het bedrag dat naar de ontwikkeling van nieuwe bestrijdingsmiddelen en gentechoplossingen gaat.

Hij voorzag een revolutionair andere manier van denken in de landbouw, waarin het niet langer zou gaan ‘om het voeren van oorlog tegen plantenziekten en plagen en het ontwikkelen van steeds weer nieuwe wapens tegen steeds weer nieuwe en vervolgens resistent wordende organismen.’

De redactionele inleiding tot een groot interview met Lutzenberger is hier te lezen.

Donderdag 20 juni 2013

De knop om  

José Lutzenberger was een fascinerende man. Vooral ook door de voorbeelden waarmee hij het geheim van een gezonde landbouw aanschouwelijk wist te brengen. In de tweede helft van zijn leven noemde hij het zoeken naar nieuwe wapens tegen ziekten en plagen een doodlopende weg.

De echt interessante vraag, zei hij, is waarom een plaaginsect zich in een gegeven situatie tot een plaag ontwikkelt, maar bijvoorbeeld niet op een naburige akker. De knop ging bij Lutzenberger om toen hij rond 1970 een Braziliaanse boer bezocht die de wanhoop nabij was. Het was nog in de tijd dat Lutzenberger zelf bestrijdingsmiddelen verkocht… (de rest van de anekdote is hier na te lezen)


Woensdag 19 juni 2013

Historische uitspraak

Vanochtend, bij het openslaan van de krant, stuit ik achterin op groot nieuws. Je zou er makkelijk aan voorbij kijken: als zijnde ‘te moeilijk’ of te ‘specialistisch’ nieuws. Ik herinner me mijn gesprek met José Lutzenberger, oud-minister van Milieu in Brazilië, in 2002. Het jaar ervoor had ik een lang interview met hem geplaatst (editie 1-2001). In het vroege voorjaar van 2002 belde hij me op. Hij was op weg van Duitsland naar Brazilië en maakte een tussenstop in Amsterdam, overnachtend in een hotel bij het Museumplein.

Hij oogde bijzonder breekbaar. De korte weg van zijn hotel naar het oude Grand Café naast het Concertgebouw legden we af per taxi. En na een nieuwe hoestaanval keek de taxichauffeur bezorgd opzij.

Drie maanden later kwam het bericht van zijn overlijden. Maar tijdens dat laatste gesprek spuwde hij vuur toen de in zijn ogen onzalige patentering van genen ter sprake kwam. Hoe is het mogelijk, riep hij uit, dat we bedrijven toestaan om delen van de natuur te claimen als hun eigendom?

Donderdag 13 juni heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaald dat genen als onderdeel van de natuur niet te patenteren zijn. Een historische uitspraak.

Korte reflectie op de ontmoeting met José Lutzenberger in Vruchtbare Aarde 1-2009.


Eerdere berichten op https://www.facebook.com/VruchtbareAarde